Harm’s Wandelweb

Grenslandpad

363 km

Van Thorn naar Sluis

Start: Juni 2007

Het boekje van het Grenslandpad stond al een tijdje bij me in de kast, maar het kwam er maar niet van, en dat heeft een reden: Mijn favoriete manier van wandelen is gewoon dagetappes, en met het OV heen en weer reizen. Dat is nou net bij het Grenslandpad lastig, want in de grensstreek is het openbaar vervoer dun gezaaid. Met veel puzzelen heb ik toch een planning kunnen maken, voor het Grenslandpad, waarbij de langste  etappe ongeveer 47 km is, en de kortste ca 22 km.

 

De start van het Grenslandpad lag voor mij in Thorn. Bekend terrein, na al eerder het Pelgrimspad te hebben gelopen, en het blijft een fraai stadje. Ook het natuurgebied net buiten Thorn is mooi, maar al snel wordt het minder. Tussen Neeritter en de Laurabossen wordt het nooit echt saai, maar erg boeiend net zo min. Bij de Zuid-Willemsvaart neem ik dan de route naar Weert, waarbij opvalt dat de vermelde 3,5 km in het gidsje wel erg optimistisch zijn. Naar de eerste bushalte in Weert is het ca 5 km, het NS station ligt nog 2 km verder.

Kilometers die je de volgende keer dan weer als aanlooproute moet maken, en ook daarna gaat het lang rechtuit langs eerst de ZuidWillemsvaart, daarna langs het Schelde—Maas kanaal. Echt mooi wordt het pas een stuk onder Valkenswaard, als je eerst langs de Dommel en dan langs de vennen van de Malpie loopt.

Vervolgens dan weer een vrij lange aan-/aflooproute via de Gr 561 naar Valkenswaard. Het kaartje wekt de indruk dat je via de N69 moet lopen, maar  net zo snel, en veel aangenamer loop je het pad langs de Venbergse watermolen, en dat is dan ook gemarkeerd).

Tot Eersel is er dan weer niet al te veel te genieten: vooral akker met mais, af en te een bosflard, en in het beekdal van de run een aardig stukje, dat is het dan wel. Het pad buigt dan weer richting België, en de Cartierheide is de moeite waard. Postel is wel erg toeristisch, maar de Reuselse moeren maken wel weer wat goed. Na Reusel wandel je dan weer een stuk over de grens, waarbij onder andere de Ziekbleek wordt gekruist. Via de postzegel de Aalstheide kom je dan bij de Roovert, en hoewel bos niet mijn favoriete omgeving is, is dit stuk toch wel erg mooi, door de varens en Rovertse Leij. Na Alphen laat het Grenslandpad dan de Kempen achter zich, en of het nu aan het beter weer ligt weet ik niet zeker, maar de route wordt mij een stuk aangenamer, dat is wellicht ook aan de foto’s te zien. Door het Chaamse Bosch  en het Prinsenbos, vlak onder Breda,  kom je bij Strijbeek langs wat erg mooie vennetjes en moeren.  Vervolgens is het fietspad langs de Mark wel mooi maar ook wat aan de drukke kant Datzelfde geldt minstens voor de passage van de A16 en de HSL waarna Rijsbergen de volgende stop markeert.

Na Rijsbergen dan veel platteland, met stukjes bossen en flarden heide. Het Grenslandpad scheert langs het oude treinstation van Essen, en dan langs de Zoom naar Bergen op Zoom.    Die Zoom is trouwens niet meer dan een amper vochtige greppel, wat het merkwaardig maakt dat er een stad naar is vernoemd. Na Bergen op Zoom volgt dan een snelle wisseling van het landschap. Eerst nog een flinke lap bosgebied, en na de Brabantse Wal binnen enkele kilometers de overgang naar het Scheldegebied, met wandelen langs dijken, kreken en schorren. Je moet er van houden, die lange rechte stukken, maar het uitzicht en de weidsheid van het landschap maakt veel goed: wat mij betreft een van de mooiste stukken van het Grenslandpad.

Wat je mooi vind wisselt natuurlijk: ik ben een liefhebber van ruimte tijdens de wandelingen: vergezichten over de polder, de rivier of de zee, dat is zo’n beetje mijn favoriete wandellandschap. Welnu, daar kwam ik na Bergen op Zoom ruimschoots mee aan mijn trekken. Na eerst nog een stukje langs de Brabantse wal voert het Grenslandpad vrijwel uitsluitend lang lege polders en de Oosterschelde, met links de polder en rechts het water. Na Krabbendijk volgt dan een korte oversteek waarna het pad langs de Zuidoevers van Beveland voert, en het landschap is dan opvallend anders: Nu  zijn de polders rechts, en het water links. Mooi blijft het in ieder geval, en een topper in het Grenslandpad.

Dan door de Westerscheldetunnel, en dat is, om het ronduit te zeggen, zo’n beetje het minste stuk van het pad. Eerst een kilometer of vijf langs de industrieterreinen, en dan een kilomter of 25 langs een kanaal., af en toe ter afwisseling een uitstapje naar links of rechts om een kreek te bezien.  Leuk wordt het pas weer na Eede, door het Meetjesland, met de wijze van inpolderen goed zichtbaar. Sluis is dan een fraai slotpunt, met voor de liefhebber een vervolg via het Deltapad.